Begrippen: bewust zijn, zielstatus, wedergeboren, gnosis.

Het bewustzijn in zelfkennis van het bewust zijn.

Met de correcte uitleg over ons tijdloos bestaan (de ziel, het karakter) kunnen wij Jezus als Heer erkennend, de leer van de kerk met een boze God stammend uit de mythologie achter ons laten. Niet de Bijbel, maar het (Gnostische) Gedachtegoed van de Heer Jezus wijst ons de weg naar verlichting, de waarheid, het Licht.

NB. Niet een geloven, maar de wissel van de zielstatus bepaalt ons welzijn!

Jezus liet ons niet als wezen achter. Hij had ‘de Trooster’ beloofd.

Naast Paulus (bekend uit het nieuwe Testament) was het de Gnostiek met de Katharen die als eersten getuigden van de inwonende Geest van de Heer, de beloofde Trooster.

Gnosis, de passie van Zijn in een verheerlijkte staat, de zielstatus.

Na Jezus introductie van de goede GOD, GOD de Vader, en de bekendmaking van de mogelijkheid tot verwisseling van de zielstatus, volgden velen Hem, waarbij het begrip; de status van ‘wedergeboren’ veranderde in Gnosis.

Gnosis, de statuswissel van de ziel. Bij de volgers van Jezus, het christendom, bekend als de wedergeboorte; de herboren zielstatus in Christus.

Door de eeuwen heen zijn er bewustzijnstheorieën gelanceerd om te verklaren wat bewustzijn is.

Het eerste op een wetenschappelijke manier benaderde religieusfilosofische denkbeeld, was dat van de René Descartes (1596-1650).

Zijn idealistisch dualisme, of interactionisme, floreert nog steeds dankzij het christendom. Maar ook in het Jodendom en de Islam is het dualisme er de principiële grondslag.

‘Dom zijn’ kan niemand je verwijten. Willens en wetens onwetend willen blijven is onvergeeflijk.

Dualisme. (filosofie van de geest)

Dualisme is het uitgaan van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen.

Dit op geen enkele andere manier te begrijpen of te verklaren dan uit antropologische, ethische of kosmische tegenstellingen.

Dualisme. In de theologie (Godenleer) en filosofie (Liefde voor wijsheid) kunnen wij drie soorten dualisme onderscheiden:

Plato: Antropologisch dualisme.

Allereerst het antropologische dualisme, dat betrekking heeft op de tegenstelling lichaam (en zijn sterfelijkheid) en ziel (en zijn onsterfelijkheid) van de mens.

Mani: Ethisch dualisme.

Het ethisch dualisme concentreert zich op de tegenstelling Goed en Kwaad. Een voorbeeld van dit dualisme in de theologie is het manicheïsme: Goed (= God) en Kwaad zijn afzonderlijke en aan elkaar tegengestelde entiteiten.

Kosmisch dualisme.

De derde stroming is het kosmisch dualisme dat zich bezighoudt met de tegenstellingen tussen geest en materie, eindigheid en oneindigheid, tijdelijkheid en eeuwigheid.

        Stichting Inderdaad stelt de drie soorten dualisme op een en dezelfde ’lijn’ in de JezusLeer.

Gelet op mijn bijna doodervaring (de schrijver Erik Visser) waarbij ik belandde in het hellevuur en ik bij aanroepen van Jezus direct terugkwam in mijn lichaam (1997) is mijn erkenning van Hem, Jezus als Heer van Verlichting, begonnen. De inmiddels verkregen macht om in Jezus Naam kwalen en kwaden te verdrijven bevestigen de statuswisseling van mijn ziel naar geborgen in GODs Vrederijk. Halleluja!

Neem ook actie en word vriend van het verheerlijkt Zijn www.karaktersinkleur.nl/word-vriend

Het dualisme. Waarneembaar in de ’tegengestelde’ functies van de hersenhelften.

Idealistisch dualisme.

Het dualisme van Descartes maakt een streng onderscheid tussen lichaam en geest, gezien als ziel of bewustzijn. Die zouden bestaan uit twee verschillende entiteiten die elkaar beïnvloeden: het lichaam als beperkt, stoffelijk en tijdelijk en de geest als vrij, onstoffelijk en eeuwig.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee beginselen. Dat wat ruimte inneemt, res extensa, en dat wat denkt en bewustzijn heeft, res cogitans.

Aan deze opdeling ligt volgens Descartes de volgende reden als grondslag: mensen kunnen betwijfelen of ze een lichaam hebben, maar niet dat ze een geest hebben, omdat het twijfelen zelf een denkend en bewust iets (geest of ziel) veronderstelt. Vandaar zijn uitspraak Ik denk, dus ik ben.

Hoe de connectie tussen een onstoffelijke geest en een stoffelijk lichaam tot stand komt wist ook Descartes niet. Maar hij ontdekte de epifyse, de pijnappelklier, in het centrum van de hersenen. Volgens hem zorgde een godheid ervoor dat geest en lichaam elkaar op deze plek op een mysterieuze wijze beïnvloeden.

De Gnostiek.

De Gnostiek leert ons het Gedachtegoed van de Heer, dat aan de Bijbelse geschriften is onthouden.

Jezus heeft het aan Nicodemus, een Schriftgeleerde, proberen uit te leggen maar de statuswissel van de ziel, (de wedergeboorte tijdens ons leven in deze genadetijd, de Gnosis) bleef buiten de Kronieken, waarmee het wettisch geloven overeind bleef met haar vasthouden van het waarneembare; zoals de aardse zonden, schuld- en vergeving die, als pijlpunten ten onrechte overeind bleven…

Mijn opvatting is gelijk aan de Boodschap van Jezus: Dat niet een geloven, maar de statuswissel van de ziel, de Gnosis, Vrede brengt.

Zie de website www.stichtinginderdaad.nl

GOD, Jezus, is Geest en gelijk een goede vader betrokken met zijn Geestverwanten. Het is niet een geloven, maar de statuswissel van de ziel dat Vrede brengt. Nader belicht op www.karaktersinkleur.nl/blog

De JezusLeer stemt meer overeen met Gnosis (kennis).

De gnostiek was een religie die in de eerste eeuwen na Chr. ontstond en waarbij de verwerving van gnosis centraal stond.

Gnosis is het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens. Verlossing van de oude geest waarin wij geboren zijn heet dus hier Gnosis.

In de gnostiek heet de statuswissel van de ziel naar ‘herboren in Christus’ Gnosis; het opheffen van onwetendheid!

Onwetendheid is volgens de Gnostiek de oorspronkelijke zonde.

Het centrale thema is, dat de mens afkomstig is uit een goddelijke wereld en in zijn aardse situatie een goddelijke kern in zich heeft, die afkomstig is uit die wereld. Die kern is verstrikt geraakt in de materie of in het kwaad in de stoffelijke wereld.

Demonische krachten, soms ook geïnterpreteerd als hartstochten of het noodlot, trachten die kern gevangen te houden in zijn lichamelijk omhulsel.

Wie de werkelijke situatie kent en dus ook weet heeft van zijn goddelijke kern en van de mogelijkheid tot terugkeer naar de goddelijke wereld heeft gnosis. Oftewel; de statuswissel van de ziel, herboren in Christus.

Zelfkennis en godskennis.

In het hermetisme en de gnostiek is gnosis een religieus weten., dat nauw verbonden is met zelfkennis. Een gedeelde overtuiging van gnostische stromingen is dat de mens in een staat van onwetendheid leeft, uitgedrukt als ‘slaap’ of ‘dronkenschap’.

De aarde en omringende hemelsferen zijn een soort gevangenis waarin bijvoorbeeld kwade krachten werkzaam zijn, en die de menselijke geest (pneuma) vervreemdt van het goddelijke, dat buiten de kosmos staat.

Buitengesloten van het hemelse Licht.

Daardoor vergeet de mens zijn goddelijke kern en plaats van oorsprong in het buitenkosmische goddelijke. De gnosis werkt dan als een ontwaking of herinnering. Wie de werkelijke situatie op aarde kent en zich bewust is van zijn goddelijke kern, kent zichzelf. Wie op die manier zichzelf kent, kent ook God en wie God kent, kent zichzelf. Gnosis is dus zowel zelfkennis als godskennis. Desondanks kan alleen een openbaring en handeling van God zelf verlossing uit de kosmos mogelijk maken. Verlossing is zowel in de gnostiek als het hermetisme niet het vergeven van zonden, maar het opheffen van onwetendheid.

Onwetend willen blijven is de eerste zonde. GOD kent onze daden niet als zondig. Hij, Jezus, zei: “gaat heen en zondig niet meer! Neem Mij als je Heer en laat je door Mijn Geest leiden.”

Dit element wordt zowel in hermetische als gnostische teksten vaak benadrukt. In het gnostische Boek van Thomas de Strijder wordt vermeld: Wie geen weet heeft van zichzelf weet niets, maar wie zichzelf kent heeft ook kennis verworven van de diepte van het Al.

De Uittreksels uit Theodotus beschrijft vooral de opvattingen van het valentinianisme, in de late oudheid de meest verbreide en invloedrijke stroming binnen de gnostiek. De bekendste passage uit het werk is:

“Het is niet alleen de doop die ons bevrijdt, maar de gnosis van:

  • Wat is geboorte; wat is wedergeboorte.
  • Wie wij waren, wat wij geworden zijn.
  • Waar wij waren, waar wij terecht zijn gekomen.
  • Waar wij ons naar toe haasten; van wat wij verlost zijn.
  • Wat is geboorte; wat is wedergeboorte.”

Gnosis (γνῶσις) is het Griekse woord voor ‘kennis’. In de context van dit artikel is de essentie daarvan het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens. Het centrale thema is, dat de mens afkomstig is uit een goddelijke wereld en in zijn aardse situatie een goddelijke kern in zich heeft die afkomstig is uit die wereld. Die kern is verstrikt geraakt in de materie of in het kwaad in de stoffelijke wereld. Demonische krachten, soms ook geïnterpreteerd als hartstochten of het noodlot, trachten die kern gevangen te houden in zijn lichamelijk omhulsel. Wie de werkelijke situatie kent en dus ook weet heeft van zijn goddelijke kern en van de mogelijkheid tot terugkeer naar de goddelijke wereld heeft gnosis.

In de gnostiek valt zelfkennis en godskennis samen.

Wie de werkelijke situatie op aarde kent en zich bewust is van zijn goddelijke kern, kent zichzelf. Wie op die manier zichzelf kent, kent ook God en wie God kent, kent zichzelf. Gnosis is dus zowel zelfkennis als godskennis.

Het is het opheffen van onwetendheid.

In het Boek van Thomas de Strijder wordt vermeld: ‘Wie geen weet heeft van zichzelf weet niets, maar wie zichzelf kent heeft ook kennis verworven van de diepte van het Al’.

In Ware getuigenis staat: ‘Dit is daarom het ware getuigenis: Als de mens zichzelf kent en God die de waarheid te boven gaat, zal hij gered worden en bekranst met de onvergankelijke krans’.

Het verwerven van gnosis was niet voor iedereen bereikbaar, maar was beperkt tot diegenen, die dat waardig zijn. Het was deels esoterische kennis waarvan de kern geheim diende te worden gehouden.

Mani.

Deze groeperingen geloofden, net als de Katharen, ook in herhaalde reïncarnaties. In het bijzonder Die van Christus. Het latere idee in het manicheïsme van verschillende en herhaalde manifestaties van de Apostel van het Licht (Johannes) zou Mani aan deze notie ontleend hebben.

Al tijdens zijn jeugd ontving Manie openbaringen. Een bijzondere openbaring ontving Mani op de leeftijd van vijfentwintig jaar van wat zijn Gezel of Hemelse Tweeling wordt genoemd.

Het is bekend in eerdere gnostische literatuur als syzygos, een hemelse paargenoot. In de Keulse Mani-Codex wordt die openbaring verwoord als onder meer

  • Hij toonde mij alles
  • Mijn Gezel onthulde mij vanwaar ik kom
  • en wie ik ben en wat mijn lichaam is
  • en hoe ik gekomen ben en hoe mijn komst in de wereld zich voltrok
  • en wat mijn plaats is onder hen die bij uitstek het stempel der uitnemendheid dragen
  • Zo hoorde ik de onuitsprekelijke geheimenissen en gedachten
  • en overvloedige ontfermingen van mijn Vader
  • en ook over mij zelf, wie ik ben
  • en wie toch wel de Gezel is, die onafscheidelijk van mij is

Vanaf dat moment beschouwde Mani zich als de Parakleet uit het Evangelie van Johannes. In het manicheïsme is Mani naast de Parakleet ook de nieuwe Jezus Christus. In zijn eigen Levende (of: Grote) Evangelie wordt dat verwoord als

  • Ik, Mani, apostel van Jezus Christus
  • door de wil van God de Vader der Waarheid
  • uit Wie ik geboren ben
  • Uit Hem ben ik ontstaan en ik ben uit Zijn wil
  • En uit Hem is al de Waarheid mij geopenbaard
  • En ik ben uit Zijn Waarheid
  • Wat Hij onthuld heeft, heb ik aanschouwd als de eeuwige Waarheid
Onderhanden werk.

Theologisch profiel van het Evangelie van Thomas

Enkele karakteristieke kenmerken van de theologie van Thomas zijn:

Thomas ontkent het aardse leven van Jezus weliswaar niet (bijvoorbeeld Thomas 55), maar heeft er geen interesse voor. Dit geldt ook voor de Joodse context van Jezus. Het evangelie verwerpt oudtestamentische profetie (Thomas 52).

In plaats van de gebruikelijke nieuwtestamentische titels voor Jezus (namelijk Christus, Zoon van God, Mensenzoon), die vrijwel geheel ontbreken, gebruikt Thomas voor Jezus de aanduidingen Levende (Thomas 1, 52, 59), Zoon van de Levende (37), Zoon (44), Licht en het Al (77). Ook zegt Thomas dat Jezus niet te bevatten is (13).

Thomas gebruikt de volgende termen om het heil te omschrijven: leven, kennis, waarheid, rust en koninkrijk. Net als in de synoptische evangeliën is het koninkrijk een belangrijk thema.

Thomas is exclusivistisch: alleen de uitverkoren “eenlingen” zullen het koninkrijk vinden (Thomas 23, 49).

Thomas propageert verwerping van de wereld, die zich uit in kritiek op rijkdom (o.a. Thomas 64), seksuele onthouding (87, 112) en opheffing van de sekseverschillen (22).

Jezus figureert in Thomas dus als de goddelijke openbaarder die zijn leerlingen op het pad naar kennis, waarheid en leven brengt. Voor de leerlingen betekent dit een leven in onthechting van de wereldse verbanden. Ten opzichte van de synoptische evangeliën geeft Thomas een minder apocalyptische en een meer vergeestelijkte, introspectieve invulling van de leer van Jezus.

Het Thomas Evangelie over het hemels Koninkrijk.

Nag Hammadi Codex II

In de synoptische evangeliën Matteüs, Marcus en Lucas vindt men veelvuldig de verwachting dat de eindtijd nabij is. Jezus zal spoedig terugkeren en dan ‘het koninkrijk’ vestigen, het heilsrijk, waarbij dan de gelovigen en de ongelovigen definitief van elkaar gescheiden zullen worden, de ongelovigen ten verderve.

In Marcus 9 zegt Jezus bijvoorbeeld: Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt. Maar die verwachting komt, letterlijk gezien, niet uit. Het evangelie volgens Johannes plaatst het koninkrijk in de hemel, na de dood en alleen voor de gelovigen.

Bij Lucas 17:20-21 krijgt deze eindtijd verwachting een andere vorm. De eindtijd is er al, maar men neemt het niet waar: De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.

De toekomst van Leven ligt in het heden.

Het Thomas-evangelie staat dicht bij de opvatting van Lucas, en benadrukt de spirituele dimensie van ‘het koninkrijk’.[12] In uitspraak 113 van het Thomas-evangelie stelt Jezus dat het koninkrijk niet in de toekomst ligt, en ook niet in de hemel, maar ‘uitgespreid is over de aarde, maar de mensen zien het niet’.

De gnostische uitleg daarvan is, dat de boodschap van de Jezus van het Thomas-evangelie niet zozeer over geloof, maar over de status van de ziel, een innerlijke ervaring, gaat.

  • Thomas 113:
  • Zijn leerlingen zeiden tot hem: Wanneer zal het koninkrijk komen?
  • Jezus zei:
  • Het koninkrijk komt niet door het te verwachten.
  • Je kunt niet zeggen: ‘Het is hier’, of ‘Het is daar’.
  • Nee, het koninkrijk is uitgespreid over de aarde
  • maar de mensen zien het niet.

Ook in andere logia wordt de aanwezigheid van het koninkrijk in het hier en nu benadrukt: In Thomas 51 zegt Jezus daarover:

  • Wat je nog verwacht is al gekomen,
  • maar je herkent het niet.

Thomas-evangelie en vrouwen.

In het Thomas-evangelie worden enkele vrouwen, net als in de evangeliën uit het Nieuwe Testament, in het bijzonder genoemd. In het Thomas-evangelie worden de meeste vragen gesteld door ‘de leerlingen’ die verder niet bij naam genoemd worden. Het Thomas-evangelie kent twee logions waarin een bij haar naam genoemde vrouw een vraag aan Jezus stelt, Maria Magdalena in Thomas 21 en Salomé in Thomas 61.

In de laatste logion (114) vraagt Petrus aan Jezus om Maria Magdalena weg te sturen. Maar Jezus wijst hem terecht en zegt dat hij haar een gelijkwaardige positie zal geven als die van mannen:

  • Simon Petrus zei tot hem:
  • Stuur Maria van ons weg, want vrouwen zijn het leven niet waard.
  • Jezus zei:
  • Zie, ik zal mij met haar verbinden en haar tot mens maken,
  • opdat ook zij een levende geest wordt, net als jullie mannen.
  • Want ook iedere vrouw die mens wordt zal het koninkrijk der hemelen binnengaan.

Thomas-evangelie en de katholieke kerk.

De eerste vermelding van het Thomas-evangelie, vergezeld van een citaat eruit, werd door Hippolytus van Rome (170-235) geschreven. Ook Origenes maakt gewag van een evangelietekst van Thomas, maar het is onduidelijk of het hier om hetzelfde geschrift gaat. In de 4e eeuw schrijft kerkhistoricus Eusebius van Caesarea over het Thomas-evangelie dat het niet authentiek is.

Het Thomas-evangelie heeft nooit ingang gevonden in de canon van het christendom, mogelijk omdat het geschrift niet bekend was tijdens het proces van samenstellen.

Het Gedachtegoed van de Heer Jezus werd buiten de Schriften gehouden, maar de Gnostische betekenis heeft klaarblijkelijk inmidels zelfs bij ons koningshuis gehoor gevonden.

Ons zijn in de onderbreking van de tijdloosheid.

Het was volgens Gilles Quispel vooral aan koningin Juliana te danken dat Egypte kopie van de teksten van het Evangelie van Thomas in de jaren vijftig heeft vrijgegeven voor publicatie.

De volgens Quispel “koloniale” opstelling van de Fransen, die meenden recht te hebben op de geschriften, maakte de Egyptenaren in de jaren vijftig “schichtig’’, waardoor zij de teksten niet vrijgaven voor publicatie.

Op aandringen van Koningin Juliana, zeer geïnteresseerd in alternatieve spiritualiteit, richtte de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Beyen zich tot de Nederlandse ambassadeur in Caïro met het verzoek Quispel toegang tot de bevoegde autoriteiten te verschaffen.

Quispel smokkelde in 1956 een fotokopie van het Evangelie van Thomas, een van de belangrijkste teksten uit de Nag Hammadi-collectie, het land uit.

Wij zullen het aan haar (voorheen Juliana der Nederlanden) te danken hebben dat Z.K.H. Koning Willem-Alexander zijn kerstspeech (kerst 2019) zonder traditionele kerstversiering, als de kerstboom, omringd afstak.

Reden om aan te nemen dat het Gedachtegoed van de Heer Jezus bij het koningshuis, dankzij het Thomas Evangelie, in de Gnostische betekenis gehoor heeft gevonden…

Waarom zou jij, bij zoveel aanhangers/getuigen van de waarheid, ook de misleidingen van de kerk niet achter je laten, en de Heer de Hoogste plaats geven?

Onderweg in de tijdloosheid.

In Jezus Naam, zet de eerste stap naar Vrede op het hart en schaar je ook onder de supporters www.karaktersinkleur.nl/word-vriend

Bronvermeldingen: Ingevingen van de Trooster, de Geest van Jezus, en voor zover feitelijke geschiedenis; voornamelijk vanuit Wikipedia.